bestellen

home | boeken | pers | agenda

boekingen
prozagedichten
foto's
bestellen
contact

 

Interview Tzum,
Coen Peppelenbos, november 2007


terug naar overzicht

 

 

'Oh dat is weer zo'n verhaaltje van die knakker.'

 

Motorman en 39 andere prozagedichten van Nyk de Vries verscheen onlangs bij de Friese Pers Boekerij in een Nederlandse en een Friese uitgave. Veel gedichten verschenen eerder in het tijdschrift Hjir, maar ook in Tzum stonden al eens zijn prozagedichten. Op zijn homepage www.nykdev.nl zijn enkele voorbeelden uit zijn bundel opgenomen. Tzum stelde Nyk de Vries per e-mail tien vragen omdat hij ten tijde van het interview in Spanje verbleef.

1 Wanneer ben je begonnen met het schrijven van prozagedichten?
Het is min of meer toevallig begonnen. Ik had een kort verhaaltje gemaakt ´Hard, eenzaam, naakt´ en in diezelfde tijd vroeg de voorzitter van de Stichting Hobbyrock, de Kesanova, of ik ook niet iets voor hun allround periodiek de Hobbyrocker had. Toen is het als vast item achterop het blad gekomen. Daarna heb ik ze vooral ook voor het Friestalige blad Hjir gemaakt.

2 Wanneer heb je (naar je eigen maatstaven) een goed prozagedicht geschreven?
Wanneer het totaal helder is. Helderheid is het hoogste devies, tenminste bij deze verhaaltjes, simpelweg ook omdat ze zo kort zijn. Het is een beetje een reactie op de wartaal waar ik een bepaalde periode nogal dol op was. Misschien komt het straks wel terug, de wartaal, maar dan beter gedoceerd. Ik kijk er wel naar uit eigenlijk.

3 In jouw prozagedichten zit geen enkele vorm van rijm of beeldspraak. Voorkom je deze middelen bewust?
Ik voorkom deze middelen inderdaad bewust. Het is in zekere zin zo dat ik ze wantrouw. Een prozagedicht, zoals ik ze maak, moet volkomen eenduidig en helder zijn, tenminste tot een bepaald moment. Dan gaan de gordijnen open en wordt het hele tafreel zichtbaar, met al de meerduidigheid die daarbij hoort.

4 In de kritieken wordt je werk nogal vergeleken met dat van Charms. Vererend of vervelend?
Ik ben niet zo goed op de hoogte van zijn werk. Ik heb het pas later gelezen en het is mooi werk, maar ik geloof niet dat ik een echte absurdist ben. Het is niet mijn doel om met opzet op de vreemde toer te gaan. Ik probeer eigenlijk gewoon wonderlijke melancholieke verhaaltjes te vertellen Ik heb geen absurdistisch wereldbeeld of iets dergelijks.

5 In Nederland zijn er enkele dichters die ook prozagedichten maken. Ingmar Heytze, bijvoorbeeld. Voel je je met iemand verwant?
Het is min of meer toevallig gegaan, ik maak gewoon mijn eigen dingen. Ik ben eerlijk gezegd niet zo heel goed op de hoogte. Pas nu de bundel uit is en er reacties komen, merk ik dat er verbanden worden gelegd. Dat is niet zo´n punt en ook wel mooi. Zo´n einzelganger ben ik niet. Nu ik erover nadenk, ik herken mezelf wel in de poëzie van Vrouwkje Tuinman. Voor zover ik haar werk ken, hanteert ze ook een vrij sobere stijl, waar andere dingen voelbaar zijn achter de in beginsel eenvoudige en begrijpelijke dingen die er worden gezegd.

6 Waarom zit je eigenlijk in Spanje?
Een vriend van mij, Donald Donleben, woont in Madrid en met nog een vriend uit Nederland, Drs. Neus, hebben we een groep Planeta Pato. We maken Spaanstalige nummers en wanneer we optreden draag ik vaak enkele van mijn prozagedichten voor. De Spaanstalige versie van ´Motorman´ ken ik bijvoorbeeld ook integraal uit mijn hoofd. Het is eigenlijk begonnen als grap, die band, vooral bedoeld om onze vakanties een beetje op te fleuren, maar het werd erg gewaardeerd en afgelopen maand hebben we alle liedjes bijelkaar geveegd tot een cd die we komende vrijdag gaan presenteren.

7 Je bundel verscheen tegelijkertijd in het Fries. Schrijf je de gedichten eerst in het Fries en vertaal je ze dan? (En wat gaat er dan verloren in de vertaling?)
Die voor de Hobbyrocker schrijf ik in het Nederlands, die voor Hjir in het Fries. Ik probeer ze eigenlijk zo te maken dat het volledig elementair is en dus heel eenvoudig te vertalen, tenminste dat dacht ik. Ik laat nu een deel van de gedichten vertalen in het Spaans en in het Engels en het valt me op hoeveel nuanceverschil er nog mogelijk is in zo´n eenvoudige tekst.

8 Blijf je bij deze vorm van poëzie of ben er inmiddels op uitgekeken?
Ik heb voor de eerste bundel met opzet gekozen voor een zeer strikte vorm. Ik refereer graag aan punkrockmuziek waar het voor de helft te doen is om de sound. Ik hou van herkenbaarheid, zodat men al van een afstand kan zien, oh dat is weer zo´n verhaaltje van die knakker. Nu de toon eenmaal is gezet, kan ik ervan af gaan wijken, tenminste, dat is het plan, een galmpje hier, een dubeffectje daar. Nee - ik weet het niet precies, ik zit er middenin, maar ik ben dodelijk verliefd op deze vorm, zoveel is wel duidelijk.

9 Recensenten Edwin Fagel (De Recensent) en Jetske Bilker (Leeuwarder Courant) missen diepgang in de prozagedichten. Wat vind je van die kritiek?
Ik vond dat Edwin Fagel het heel goed verwoordde, de verschillende manieren waarop je naar de verhaaltjes kunt kijken. Het is min of meer een boek on the road, met alle oppervlakkigheid die daarbij hoort, maar tegelijk is het ook een commentaar daarop. Dat zit verborgen in de details en in de toon. Als je dat mist, dan is het gewoon een vrolijk komisch boekje, ook niks mis mee, iedereen mag het lezen zoals ie wil, maar voor mij zit er een hele wereld achter en eindigt het boek anders dan het begint. De klacht over oppervlakkigheid in verband met mijn schrijverij doet mij in het algemeen vaak denken aan een feestje waar ik eens was. Een vriend van mij knikte intens mee op de muziek die klonk uit de speakers en het speeksel liep uit zijn mond van enthousiasme. Een vriendin zat sikkeneurig in een hoek en zei: ´Hier vind ik dus helemaal niks aan. Het is oppervlakkig, het gaat mijn ene oor in en het andere weer uit.´ Waarop mijn vriend overeind kwam, haar over de bol aaide en zei: ´Dat is ook niet zo gek. Dat komt omdat er bij jou niks tussen zit, liefje.´

10 Bij optredens ken je de prozagedichten uit het hoofd. Moet dat?
Er moet niks natuurlijk, maar ik heb graag mijn handen vrij. Verder kun je dan goed rondkijken. Ik wil graag mijn optredens uitbreiden, met muzikale middelen. Ik probeer het ook regelmatig, maar wat ik ook bijelkaar experimenteer, ik kom steeds terug bij de kale vorm. Nou ja, gewoon staan en kijken wat er gebeurt, dat is toch eigenlijk ook het mooiste wat er is.

 

terug naar overzicht

 

 

 

 



home | boeken | pers | foto's | agenda | prozagedichten | boekingen
archief | bestellen | contact


c 2007 www.nykdev.nl