|
Abe
de Vries, Leeuwarder Courant, 2006
fries
origineel | terug naar overzicht
|
|
Een beetje tsjak tsjak, een beetje hier en nu
Zijn
relatie is verbroken en hij heeft niet veel om handen. Zo
meldt de 29-jarige Marco Vandaan zich via 'werk-verdelend
buro Argonaut' voor een baantje in Spanje bij het 'innovatieve
baggerproject Prospero'. Nee hè, denkt de lezer. Toch niet
weer die nikserige eighties-sfeer van verval, jointjes roken
en wij weten niet wat we willen? Maar dat valt mee: de tweede
roman van Nyk de Vries is niet zomaar te vangen met een etiket.
Prospero is een verzameling barakken bij een stuwdam aan de
voet van de Sierra de Guadarrama boven Madrid. Een aantal studenten, inclusief Marco,
bedienen de pompen van de zuigers die over de bodem van het meer gaan. Zo'n setting doet
denken aan, jawel, Big Brother: mensen dicht op elkaars lip worden dag en nacht gevolgd in
hun onderlinge relaties. Marco heeft oog voor mooie sjaaltjes en is steeds in de weer met
zijn uiterlijk; Karen neukt er maar wat op los, net als Peter Poncin: Hans-Koen is de
dwarsligger, Henry de geschiedeniskenner, Wikje het onzekere, kwetsbare type, Ruud de baas
die het niet waar kan maken wie vindt iets terug van wie? En wordt dit een
vriendengroep?
De stijl waarin Nyk de Vries het verhaal van Marco en zijn
kameraden vertelt, zou men ironisch realisme kunnen noemen, een schrijfwijze die men ook
wel een beetje bij Jaap Krol terug vindt. Afstand en detaillering gaan hand in hand en
veelal zegt het geschrevene ook iets over de tekst zelf, die op verschillende momenten een
verdieping krijgt, een extra laag. 'Met jou is het tenminste een beetje tsjak tsjak, een
beetje hier en nu, een beetje communicatie,' zegt Peter tegen Marco, en daarmee zegt hij
ook iets over het karakter van dit proza. Met ironie wordt naar de 'echte' wereld
verwezen, denk alleen maar aan de naam van het 'werkverdelende buro', Argonaut.
Nog een laag die De Vries in zijn roman aan heeft gebracht
is het wat abstractere commentaar op de eigen tijd. Door het hele verhaal heen duikt zo nu
en dan het Escuriaal op, het paleis van Filips II dat tegen de bergen van de Sierra de
Guadarrama ligt. De beschrijving die Henry geeft van de absolutistische ketterjager die
over zijn wereldrijk probeerde te heersen slaat vermoedelijk ook op de 'moderne mens'.
Filips' tijd had iets gemeen met die van ons: 'De zestiende eeuw was de eeuw van de
ontdekkingsreizen. De zeeën lagen open, de wereld werd groot misschien onzichtbaar
voor verreweg de meeste mensen, maar de consequenties waren al wel voelbaar. Zo nam voor
Filips de informatievoorziening enorm toe.' Filips, zegt Henry, ontving dagelijks dertig
postzakken, maar wilde alles zelf doen. 'Hij wilde alles beheersen.'
Tegelijk kunnen deze passages gelden als commentaar op het
schrijven zelf en op de positie van de schrijver. Deze dwarsverbanden maken van 'Prospero'
een razend interessant boek, dat op een intelligente wijze geëngageerd is met de
technologische maatschappij en de multimediale wereld van tegenwoordig. In die wereld
dreigt 'onechtheid': op verschillende momenten geeft De Vries aan dat zijn personages
karikaturen zijn van zichzelf, of dat ze leven in een film. Het zijn ook getekende
personen, ieder met eigen complexen en problematische familierelaties. Het project
'Prospero' geeft hen een doel en een verloren gevoel van gemeenschap.
Maar het Gouden Vlies van de Argonauten wordt niet
gevonden. De teleurstelling is groot wanneer het baggerproject op niks uitloopt en ieder
zijn eigen weg moet gaan. Met 'Prospero' start de nieuwe reeks Fryske Modernen op een
indrukwekkende wijze. Chapeau voor dit eigentijdse proza, dat ironisch is, maar de
ambitie, de grote greep en de duistere accenten toch niet uit de weg gaat.
vertaling
av
|
|
|