|
Over levensvragen en watermanagement
Een muzikant die met zichzelf in de knoop zit, een
waterbouwkundig project in Spanje en een bont gezelschap van vakantiegangers: het zijn de
ingrediënten van de tweede roman van Nyk de Vries (Noardburgum 1971). De Vries debuteerde
een paar jaar geleden met Rezineknyn, dat inmiddels in het Nederlands is uitgebracht als
Rozijnkonijn. De titel van De Vries' tweede roman, Prospero, is ontleend aan het
waterbouwkundig project in de Spaanse hooglanden waar een deel van de roman zich afspeelt.
Het vormt het prachtige decor voor een verhaal dat mij zo nu en dan zo meesleepte dat ik
me op een moment afvroeg in welke taal ik eigenlijk zat te lezen.
Het verhaal: een groep van studenten en andere jongeren
zijn afgereisd naar Spanje om als vakantiekrachten bij het waterbouwkundig project
Prospero aan de slag te gaan. Marco Vandaan, de hoofdpersoon, is een van hen. Zijn leven
zit op een dood spoor: carrière in de muziek die niet loopt, studie waar hij niks mee
doet en relatie net verbroken. Hij stort zich in de groep en gaat helemaal op in het bonte
gezelschap. Dit deel van de roman leest als een trein en houdt goed de spanning vast. Dat
komt met name door het karakter van Peter Poncin, die een meester is in het tegen elkaar
uitspelen van mensen. Zo krijgen we een goed beeld van de groepsdynamiek en wordt ook
duidelijk waar sommigen naar op zoek zijn binnen Prospero. Peter Poncin is de motor die
het verhaal op gang houdt. Maar ook de andere personages zijn invoelbaar beschreven.
Bijvoorbeeld Ruud, de joviale uitvoerder die het zo goed met iedereen voorheeft, maar bij
wie steeds alles mislukt, en het pittige meisje Wikje.
Maar het project waar zoveel van wordt verwacht - een
modelproject, innovatief en kleinschalig, bij succes kan het een doorbraak betekenen -
loopt leeg als een luchtballon en hetzelfde geldt een beetje voor de roman. Pas tegen het
einde van het verhaal wordt het nog weer even spannend, maar daarvoor moet de lezer wel
even doorbijten. Dat gevoel komt voor een deel ook omdat er veel losse eindjes overblijven
wanneer Prospero ophoudt te bestaan. Niet alleen in het verhaal is het plotseling voorbij,
ook romantechnisch is het wat kort door de bocht. Want wat was nou precies de aanleiding
voor het vertrek van Hans-Koen, hoe zat het met Peter Poncin, wat betekenden al die
gefronste wenkbrauwen en gekke gezichten die in de loop van het verhaal voorbij komen? Ik
had daar iets meer uitwerking van verwacht. Je kunt als schrijver niet allemaal vragen
oproepen en die dan niet beantwoorden: de lezer zal zich bedonderd voelen.
Gelukkig maakt Nyk de Vries veel goed, bijvoorbeeld wanneer
hij zijn geschiedenisachtergrond inzet. Er loopt een mooie parallelle verhaallijn door de
roman over koning Filips die zijn wereldrijk bestuurde vanuit het Escuriaal. Het blijkt
dat dat Escuriaal vlak naast Prospero ligt. Een collega van Marco die geschiedenis-'freak'
is, verdiept zich in dit verhaal en vertelt daarover aan Marco. Er wordt een beeld
geschetst van een eenzame koning die dan wel de macht heeft over een wereldrijk, maar alle
verantwoordelijkheden in zijn eentje moet dragen. De parallel wordt expliciet wanneer
Marco alleen in een Spaans appartement zit met gesloten vensterluiken: 'Na het eten las ik
opnieuw een stukje over Filips en die vreemde tijd die de zestiende eeuw achteraf gezien
was geweest - met zijn grote veranderingen en verantwoordelijkheden, voor de meeste mensen
natuurlijk onzichtbaar, maar zeker wel aan de gang.' (p. 137) Het komt waarschijnlijk een
beetje overeen met de fase waarin Marco zit, het einde van een tijdperk, tijd om
verantwoordelijkheid te nemen.
Nyk de Vries heeft met Prospero een mooie roman afgeleverd,
een roman ook die volgens mij net als zijn voorganger in aanmerking komt om te worden
vertaald en zo bij een groter publiek terecht te komen.
vertaling
av
|