home | boeken | agenda | contact

 

 

>>2 artikelen in de Oersdrip  nederlands | fries

 

 

*Schrijversprofiel, juli 2006

Van Nyk de Vries is afgelopen voorjaar de roman Prospero verschenen, als eerste in de reeks Fryske Modernen. In 1996 begon hij met Meindert Talma het tijdschrift De Blauwe Fedde waar in 2002 het laatste nummer van verscheen. Nyk debuteerde in 2000 met de roman 'Rozijnkonijn', waarvan in 2003 de vertaling verscheen bij Uitgeverij Passaga. Verder schreef hij samen met Meindert Talma het interviewboek 'De Blauwe Fedde yn petear'. Naast schrijver is Nyk muzikant. Misschien moet dat laatste als eerste worden genoemd, want als muzikant is hij begonnen en nog steeds actief.


Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren in Noordbergum, 2 januari 1971.

Welke muziek en welke boeken inspireerden je als tiener?
In die tijd stond de muziek duidelijk op de eerste plaats. Dus de grootste invloeden waren Dylan, Velvet Underground, veel oudere muziek, wel vaak met verhalende teksten. De eerste boeken die ik goed vond waren die van de Duitse lijst, boeken als 'Draussen vor der Tr' van Borchert.

Weet je nog het eerste boek dat je las?
Het allereerste? Dat zal 'Wolletje op reis' zijn geweest, of 'Om twee schitteroogjes'.

Je was zanger bij The Amp. Heeft die tijd je schrijversschap gevormd?
We zongen in die tijd in het Engels en op een gegeven moment was dat teveel een beperking, het idioom was te beperkt. Toen de groep ermee ophield was het schrijven van verhalen een logisch vervolg, om meer registers open te kunnen trekken, en dat in de spreektaal i.p.v. het Engels uit het woordenboek.

Ik wil/moet schrijver worden, was er een moment van beslissing?
Dat moment is vreemd genoeg vrij recent, zo'n twee maanden geleden, kort na het verschijnen van mijn roman 'Prospero'. Op dat moment zeiden mensen in mijn omgeving: 'Aha, je gaat dus door?' Zo voelt het ook. Met n boek ben je eigenlijk nog geen schrijver.

Wat is het laatste boek dat je hebt gelezen?
Ik lees op dit moment de biografie van Paul Verhoeven. Een prachtig boek o.a. over de problemen die hij ondervindt bij het maken van grootschalige films in Nederland, met als reslutaat dat hij uiteindelijk zijn geluk zoekt aan de andere kant van de oceaan.

En wat is het slechtste en het beste boek dat je hebt gelezen?
Wat het eerste betreft: geen idee. Het beste boek dat ik gelezen heb is waarschijnlijk 'Catch 22' van Joseph Heller, alles zit erin, het is plat en vulgair, tegelijk intelligent, potisch, alles samen wondermooi.

Wat is het slechtste aan het zelf schrijven en een bestaan als schrijver?
Het is een egostisch bestaan. Een schrijver moet daarvoor waken, als hij tenminste in het leven wil staan en niet erbuiten.

En wat het beste aan beide?
Het creren van een eigen universum, zonder al teveel logistieke rompslomp.

Heb je naast het schrijverschap nog een beroep of een ander inkomen?
Aanvankelijk had ik een baantje bij de bekende geel-blauwe Zweedse meubelgigant. Daar ben ik kortgeleden mee gestopt, na zes en een half jaar. Sinds die tijd ben ik voltijds schrijver en muzikant.

Heb je een speciale plek waar je schrijft? Heb je zoiets als een schrijversritueel?
Ik heb op allerlei plekken wel geschreven, in een trailer op Ameland, in Groningen onder de klokken van de Martinitoren, in Spanje met een snee Bimbo-brood tussen mijn kiezen, maar uiteindelijk komt het neer op een ding, ritme. Dan komen de ingevingen, dan komt van het een het ander.

Wat heb je als doel in je leven?
Vroeger met mijn eerste band The Amp hadden we de meest pretentieuze doelen. Sinds de waan de deur uit is, volgt het ene min of meer automatisch uit het andere. Dat is een stuk relaxter, in ieder geval een stuk directer en meer op de praktijk gericht.

Wat is je 'state of mind' vandaag de dag?
Om rapper Chuck D te citeren: Tell it like it is. De dingen die duidelijk gezegd kunnen worden zo duidelijk mogelijk zeggen. Dat is niet altijd even eenvoudig, soms is er een omweg nodig.

 


*Schrijverscolumn 'Perspectief'

'Begin april 2006 verscheen mijn tweede roman 'Prospero'. Het boek speelt zich voor een groot deel af in Spanje. Mijn eerste roman 'Rezineknyn'/'Rozijnkonijn' was wat vorm en inhoud betreft heel dicht bij huis, de Friese Wouden. Met mijn nieuwe boek wilde ik het verderop zoeken, meer vergen. Rozijnkonijn was heel sober. Met Prospero wilde ik de sobere stijl behouden, maar qua plot meer registers opentrekken. Elk boek is een aanzet om nieuwe dingen te proberen. Mijn uiteindelijke doel is een roman met alles erop en eraan, scherpe dialogen, filmisch geschreven en met oog voor oorzaak en achtergrond.
Compact en scherp, dat is wel waar het heen moet gaan – het creren van kleine universums, werelden die op zichzelf staan, werelden waar men over twintig jaar ook nog in kan kruipen. Ik houd wat dat betref van toegankelijkheid. Ik houd niet van kunst om de kunst. Ik houd van boeken waar je makkelijk inkomt, maar die je vervolgens het moeras intrekken, je om de oren slaan met de keerzijde van de zaak. Wat is er mooier dan in compact zomerboek dat je bij je steekt in je broekzak, dat je meeneemt naar een andere wereld, je uiteindelijk weer terugbrengt, maar dan met een kleine wisseling van perspectief?
Ik houd van die wonderlijke filmische fictie, al kruipen mijn verhalen vaak weer vol met autobiografische elementen, daar is weinig aan te doen, zo lijkt het. In ieder geval is het wel de lijn die ik zoveel mogelijk vast wil houden, het optrekken van verhalen die los staan van mijn eigen dagelijkse werkelijkheid. Dat is geen doel op zichzelf, maar het geeft de vrijheid om dichter tot de kern te komen. Mijn doel is om verhoudingen te laten zien, ik wil laten zien hoe mensen zichzelf voor de gek houden, marchanderen met hun eigen waarheden. Wanneer je dan steeds de mensen aan de telefoon hebt die je scherp probeert neer te zetten – dat werkt niet. Dan leg je de nadruk op de verkeerde dingen, dan ben je zonder dat je het wil aan het paaien of juist het tegenovergestelde. Het is misschien wel mogelijk, maar dan heb je afstand nodig. Pas dan krijgt een boek perspectief, pas dan wordt het meer dan het draaien om je eigen kont.
Notie van perspectief, dat is sowieso het belangrijkste wat ik de afgelopen tijd heb geleerd. Een mens heeft een gezichtspunt nodig en een schrijver al helemaal, anders gaat het nergens heen, anders gaat de lezer (of wie ook maar) ook niet mee. Het betekent dat je weet waar je staat, vanwaar je kijkt. Dat klinkt simpel, maar het is het moeilijkste wat er is. Een mens kan niet alles doen of roepen. Pas gaandeweg het schrijven van Prospero kreeg ik het werkelijk in de gaten. Wat is van belang? Wat staat voorop? Wat komt een eind daar achteraan? Het is goed beschouwd als het leven zelf. Het is een kwestie van kiezen. Wat gaat in het jiskefet en met wat gaat het verder.'